Projecten die je ondersteunt

 

Jane (50) is een straatverkoopster in de Keniaanse hoofdstad Nairobi, een van de snelst groeiende steden ter wereld. De ongelijkheid is er enorm, maar Jane is vastberaden om daar iets aan te veranderen. Al jarenlang komt ze op voor de rechten van kleinschalige onderneemsters.

 

 

“De overheid geeft niet om kleine handelaars. Terwijl grote bedrijven in handen zijn van mensen die voor de overheid werken. Dat is oneerlijk.”

Jane is vastbesloten om de situatie van de straatverkoopsters te verbeteren. 2,5 jaar geleden richtte ze The Shining Mothers op, een groep die kleinschalige onderneemsters verenigt. Jane geeft vormingen aan straatverkoopsters en verdedigt hun rechten. 

Straatverkoopsters hebben het niet gemakkelijk in de sloppenwijken van Nairobi. De meeste vrouwen zijn laaggeschoold en kunnen de hoge prijs voor een bedrijfsvergunning niet ophoesten, waardoor ze hun producten niet op officiële markten kunnen verkopen. 

In het verleden moesten de straatverkoopsters bovendien dagelijks een erg hoog percentage van hun inkomen afstaan aan lokale belastingen. En dat terwijl de Keniaanse overheid jaarlijks meer dan 1 miljard euro aan belastingvoordelen geeft aan grote multinationals.

“Als ik het voor het zeggen had, dan zou ik beslissen dat belastingen betaald moeten worden in overeenstemming met iemands inkomen.”

Nadat The Shining Mothers de oneerlijke situatie aanklaagden in de gemeenteraad, kregen de vrouwen te horen dat ze lokale belastingen wettelijk maar twee keer per week moeten betalen. Dit maakt voor de vrouwen een groot verschil, omdat ze nu meer kunnen sparen. Voor het broodnodige onderwijs van hun kinderen, en voor een bedrijfsvergunning. 

Jane is blij dat de stem van haar organisatie gehoord werd. Het succes geeft haar moed om haar leiderschap in de gemeenschap voort te zetten. Voor Jane is het versterken van haar gemeenschap het belangrijkste wat er is.

“Het versterken van mijn gemeenschap is voor mij de grootste bron van vreugde. Ik breng mensen vaardigheden bij, en ik weet dat iemand daar een inkomen uit zal halen. Dat is wat we ‘empowerment’ noemen.” 

 

Oanh (27) is nierpatiënt en woont in de Vietnamese hoofdstad Hanoi. Ze krijgt er al tien jaar lang een dialysebehandeling, die een zware financiële druk legt op haar en haar familie. Oanh strijdt daarom voor een verhoging van de overheidsuitgaven aan gezondheidszorg.

 

Oanh verdient 47 euro per maand door illegaal thee te verkopen in het ziekenhuis. Op die manier probeert ze haar behandelingen te betalen. Maar omdat straatverkopers verboden zijn in het ziekenhuis, vreest ze dat ze betrapt zal worden en haar inkomen zal verliezen.

“Soms kan ik niet alle medicijnen betalen omdat ik ook geld aan de kant moet houden voor huur, water en elektriciteit. Het leven is hier duur.”

Een tijd geleden moest Oanh met spoed opgenomen worden in het ziekenhuis. Haar ouders hebben toen een stuk landbouwgrond verkocht om de kosten te kunnen dekken. Eerder zijn ze dure leningen aangegaan, waardoor de familie van Oanh steeds dieper wegzakt in de schulden.

“Rijke mensen kunnen zo’n behandeling gemakkelijk betalen. Wij, arme mensen, gaan daarentegen enkel naar het ziekenhuis als we heel ernstig ziek zijn. Anders blijven we thuis.”

Hoewel Vietnam belangrijke verbeteringen in de gezondheidszorg heeft doorgevoerd, blijven grote ongelijkheden bestaan. Terwijl rijke mensen een relatief klein deel van hun inkomen aan gezondheidszorg besteden, moeten duizenden Vietnamese families elk jaar leningen aangaan en bezittingen verkopen om gezondheidszorg te kunnen betalen.

“Ik voel een grote onrechtvaardigheid, omdat mijn ziekte me arm houdt. Als ik voor het ministerie van Gezondheidszorg zou werken, zou ik een prioriteit maken van de zorg voor arme mensen.”

Nu is het tijd voor verandering. Als de overheid van Vietnam eerlijke belastingen zou vragen aan bedrijven, zou ze die inkomsten kunnen investeren in gezondheidszorg en krijgen mensen zoals Oanh terug een toekomst.

 

Thailla (18) is lid van een studentenbeweging in São Paulo in Brazilië. Ze strijdt er tegen de ongelijkheid in het onderwijssysteem en wil dat elk kind toegang tot kwaliteitsvol onderwijs heeft. 

Brazilie is een van de meest ongelijke landen te wereld. Nergens is dit zo duidelijk als in het onderwijssysteem. Terwijl arme kinderen naar publieke scholen gestuurd worden, waar de kwaliteit van het onderwijs slecht is, kunnen kinderen uit rijke families naar dure private scholen gaan, die hen toegang geven tot de universiteit en een goedbetaalde job.

Thailla (18) ging naar een publieke school in Sapopemba, een arme buurt in Saõ Paolo. De infrastructuur was erbarmelijk: 

“In mijn school is het plafond van een klaslokaal naar beneden gevallen. De leerlingen werden overgeplaatst naar een andere klas. Sommige leerkrachten kwamen daarna nooit meer opdagen, omdat ze niet gemotiveerd waren om les te geven in zo’n kleine ruimte.”

In 2015 nam Thailla deel aan een protest tegen de plannen van de overheid om 94 scholen, inclusief die van haar, te sluiten. Ze nam deel aan sit-ins, organiseerde open lessen en onderhandelde met de schooldirectie. Nadat studenten 200 scholen bezetten, gaf de overheid het initiatief op en hield ze de scholen open. Sommige scholen werden gerenoveerd. 

“Omdat wij de scholen bezet hebben, heeft de overheid haar plannen om de scholen te sluiten opgegeven. Onze stem werd gehoord. Dat is zeer belangrijk voor ons.”

Nu strijdt Thailla tegen een nieuwe drastische onderwijshervorming (PEC 241), die de publieke uitgaven voor onderwijs de komende 20 jaar wil bevriezen. De mogelijke impact is enorm, maar Thailla is strijdvaardiger dan ooit. 

“De studentenbeweging leerde me dat ik goed onderwijs kan hebben, zolang ik mijn rechten opeis. Ik ben een Braziliaanse burger en ik ben jong. Ik heb recht op kwaliteitsvol onderwijs.”

Op dit moment doorloopt Thailla de procedures om toegelaten te worden tot de universiteit van Saõ Paolo. Ze wil er psychologie studeren. De lat ligt hoog, maar Thailla is vastberaden om haar droom waar te maken: 

“Het zal niet gemakkelijk zijn, maar ik denk niet langer dat het onmogelijk is. Er zullen hindernissen zijn, maar ik zal die overwinnen.”